Lijst met oude Nederlandse woorden, maten en begrippen

Share

Woord

Verklaring

Aasdomsrecht Tot in 1599 waren er in Holland gebieden met aasdomsrecht (zoals Zoetermeer en Zegwaart) en gebieden met schependomsrecht. Aasdomsrecht is oud Fries recht. Bij aasdomsrecht had men de schout die de functie van rechtsvorderaar had (een soort vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie), de azing die kennis van het recht had en als adviseur optrad, en de buren (zie geburen) die vonnis spraken. De geburen waren de buren van beide partijen, dus bij elk proces weer anderen. Op den duur werden de geburen vervangen door gezworenen die door de buren werden aangewezen. In gebieden met schepenrecht stond men terecht voor schout en schepenen. De naam azing komt van het Friese a-sega, hetgeen rechtzegger betekent. De azing was vaak geen academicus. Het aasdomsrecht verschilde van het schependomsrecht. In het aasdomsrecht gold: het naaste bloed erft het goed. Er was geen recht van representatie (kinderen die in de plaats kwamen van reeds overleden erfgenamen). In het schependomsrecht bestond dit wel. Bij het aasdomsrecht trad daardoor minder versnippering op bij het erven van bedrijven zoals een boerderij. Op den duur had dit gevolgen voor de grootte van bedrijven in een streek.
Ambacht Bestuursgebied vergelijkbaar met onze gemeente met aan het hoofd de schout. De gemeenten hebben destijds de rechten en plichten van de ambachten overgenomen. Vaak was dit bij het tot stand komen van de “cope” de leider van de ontginners. Men sprak ook van een schoutambacht.
Ambachtsheerlijkheid Het geheel van heerlijke rechten in een ambacht: de lagere rechtspraak (overtredingen e.d.), De benoeming van diverse functionarissen zoals de schout, medezeggenschap bij de benoeming van de dorpsgeestelijke. Zie ook hoge heerlijkheid en vrij ambacht
Baljuwschap Bestuurlijke en rechterlijke organisatie, onderverdeling van een graafschap (vergelijkbaar met onze huidige provincies die een onderverdeling van het land zijn). Een baljuwschap was weer onderverdeeld in ambachten. Vaak vielen baljuwschappen samen met waterschappen, de laatste waren echter waterschapkundige organisaties. Voorbeeld: het baljuwschap van Rijnland.
Botting Belasting die in de plaats kwam van de kosten van onderhoud die een dorp aan de graaf moest betalen tijdens zijn werkbezoek waarbij hij ook rechtszitting hield (bod-ding).
Broodzetting Rond 1800 stelde het bestuur van Rijnland de prijs en het gewicht van het brood vast, dit heette de broodzetting.
Carolus Zie karolus
Chais Rijtuig
Cope Koopovereenkomst waarbij men van de graaf het recht kocht om een stuk land te ontginnen (Boskoop, Nieuwkoop, Benschop)
Denier Betaalmiddel: 1 denier = 3 miten. De denier is de voorloper van de penning (vgl. de Engelse penny). De denier is vergelijkbaar met onze stuiver. (ca 11eeeuw)
Dobbe Kuil, of een in het veen gegraven water.
Geburen Vergelijkbaar met schepenen of kroosheemraden. Geburen kwamen voor in gebieden met aasdomsrecht. Schepenen hoorden thuis in gebieden met schependomsrecht.
Heemraden (ook wel kroosheemraden) Vertrouwensmannen binnen een dorp, vergelijkbaar met de huidige wethouders. Zij hadden de zorg voor wegen, sloten en dijken.
Heervaart Zie riemtalen
Heidens Zwervers of zigeuners
Hoeve Oppervlaktemaat: 1 hoeve = 16Ѕ morgen of ruim 14 ha
Hoge heerlijkheid Hierbij had de heer naast de rechten van een ambachtsheerlijkheid ook het recht de hogere rechtspraak uit te oefenen. Zie ook ambachtsheerlijkheid en vrij ambacht.
Hoogheemraden In latere tijden werden de taken van de dorpse heemraden overgenomen door het polderbestuur. Toen de polders zich aaneensloten tot grotere waterschappen ontstonden de zgn. hoogheemraden.
Indemniteit, acte van Verklaring van de plaats waaruit iemand vertrok dat in geval van armlastigheid de kosten hiervan niet door de nieuwe woonplaats, maar door de oude gedragen zouden worden. Dit was vaak een voorwaarde om in een nieuwe plaats te mogen gaan wonen.
Jansenisme  Stroming binnen de katholieke kerk, ontstaan in de zeventiende eeuw. Het Jansenisme onderscheid zich o.a. door strengere eisen aan de gesteldheid die wordt vereist voor het ontvangen der sacramenten. In het begin der achttiende eeuw leiden conflicten met Rome tot een volledig schisma. Vele Jansenisten scheidden zich in de oud-katholieke kerk van Rome af
Karolus Ook wel karolus gulden. Deze ontleende zijn naam aan Karel V. Hij kwam voor als gouden munt van 2,94 gram, maar ook als zilveren munt van 23,72 gram. Beide soorten hadden de waarde van 20 stuivers. De munt werd gebruikt rond 1540.
Klinkaart Zie schildtalen
Kog Zie riemtalen
Moer Moeras
Morgengeld Bijdragen van de ambachten aan de kosten van het waterschap. Het morgengeld werd door de ambachten weer omgeslagen naar de hoeven (verhoefslagen). Een hoeve is een bepaald oppervlakte land waar ййn boerderij op werd gevestigd.
Overtoom Plek waar een schuit over land getrokken werd, bijvoorbeeld over een dam.
Patroniemen Vadersnamen zoals Jan Corneliszoon of Immeken Ghijsbechtsdochter. Patroniemen werden in Zoetermeer nog gebruikt in 1514. Rond 1550 zag men in Holland (dus ook in Zoetermeer) onder invloed van de toenemende handel geleidelijk meer familienamen ontstaan. Dit verschijnsel trad in Brabant al eerder op.
Pond Betaalmiddel: 1 pond = 20 schellingen (ca 11e eeuw)
Pond (oude) Gewichtsmaat: 32 pond = 13 kg, 1 pond = 406 gram
Riemtalen Oorspronkelijk het aantal riemen van een kog (scheepstype) dat een ambacht moest leveren wanneer de heer het ter heervaart riep. De ambachten hadden de verplichting om voor de heer te vechten indien hij dat eiste. Rijke ambachten moesten een of meerdere koggen bijdragen. Armere ambachten een deel van een kog, uitgedrukt in het aantal riemen van het schip. Later werd de naam riemtalen gebruikt voor de belasting die de ambachten aan de heer moesten betalen zodat hij huurlingen kon huren. Dit kwam in de plaats van de heervaart. Deze verandering trad op rond 1400.
Rijnlandse roede Een roede is een meetstok die gebruikt werd bij het opmeten van land. Een Rijnlandse roede is 3,77 m.
Ruwaard Waarnemend graaf (bijv. als de graaf krankzinnig was geworden)
Schelling Betaalmiddel: 1 schelling = 12 denier (ca 11e eeuw)
Schepenrecht Zie Aasdomsrecht.
Schilden Zie schildtalen
Schildtalen Belastingsoort die de riemtalen verving. De schildtalen verminderden de betekenis van de riemtalen en daarmee de belastingvrijstelling van hen die vrij waren van de riemtalen. Schilden waren munten met een waarde van 20 stuivers. Ze waren de voorloper van de gulden. Een andere benaming was klinkaart. De graven van Holland sloegen ze sinds 1356. De oorsprong ligt in Frankrijk waar sinds 1328 gouden munten (йcu’s) werden gebruikt met daarop een beeltenis van de koning met een schild in zijn hand. Deze werden ook in Holland gebruikt tot men ze zelf ging slaan.
Schotkerver Belastinginner. De betaling der belasting (schot) werd op een kerfstok d.m.v. een inkeping aangegeven.
Schout Hoofd van een ambacht (bestuursgebied vergelijkbaar met een gemeente). De schout van Zegwaart, Jan Ghijsbrechtszoon van Duivenvoorde betaalde in 1579 jaarlijks pacht voor het schoutambt aan de ambachtsheer: 120 Karolusgulden, een half vat boter en 100 ton turf. Inkomsten kreeg de schout o.a. uit opgelegde boetes. “Kleine boeten”, opgelegd door hemzelf, waren geheel voor hem. “Grote boeten, opgelegd door de baljuw van Rijnland nadat de schout bij hem van een vergrijp aangifte had gedaan waren voor eenderde voor hem.
Schoutambacht Zie “ambacht”
Slagturven Ook wel veenbaggeren. Eerst stak men turf tot men op het grondwaterpeil kwam. Wat over bleef was moerassig land, maar geen plas. Later kwam men door bemaling nog wat dieper, maar nog niet onder het verlaagde grondwaterpeil. Slagturven was een nieuwere techniek waarbij men de restlaag turf onder het grondwaterpeil kon verwijderen tot op de kleilaag. Daarbij ontstonden veenplassen.
Stadhouder Toen de koning van Spanje heerser was als graaf van Holland, hertog van Gelre (Gelderland) etc. benoemde hij een stadhouder als zaakwaarnemer en dienaar om zijn zaken te behartigen. Ten tijde van de republiek, na de Tachtigjarige Oorlog benoemden de Staten van Holland en de Staten van Gelre etc. stadhouders.
Vendel 1 vendel is 175 man troepen (in gebruik rond 1573)
Vierschaar Rechtszitting. Vierschaar komt van schaar = bank. Vierschaar refereert aan de vier banken van de vier rechters.
Voet Lengtemaat. 1 voet is 31,3 cm.
Voet, Amsterdamse – 0,283 meter
Voorling Aan het ploegen ontleende afstandsmaat, de afstand waarna de os of het paard werd gekeerd. In onze streken was een voorling meestal ca 55 roeden ofwel ruim 207 m.
Vrij ambacht Een ambacht dat door de graaf niet in leen was gegeven aan een heer. De graaf had de heerlijke rechten nog zelf in handen. Zie ook hoge heerlijkheid en ambachtsheerlijkheid.
Vrouwengilde Als gilde georganiseerde godsdienstige vereniging, gewijd aan de verering van onze lieve vrouw (dus geen gilde van vrouwen).
Waard Laaggelegen land
Waardgelder Huursoldaat
Zegge Moerasplant
Zegwaart Laaggelegen land begroeid met zegge
Zwet Grenssloot
Zwiet Friese vorm van zoet (zwiet werd later suet en daarna zoet). Ook is een zwiet een zoet water. Het water tussen Noord Aa en Oude Rijn werd vroeger de Zwiet genoemd, tegenwoordig heet dit de Weipoortse Vliet.